Page images
PDF
EPUB
[merged small][graphic][graphic][graphic][ocr errors][graphic]

VERVOLGD DOOR Mr. H. L. DRUCKER EN Mr. P. A. TICHELAAR.

VIERDE, HERZIENE DRUK

DOOR

M". P. A. TICHELAAR,

HOOOLEERAAR TE LEIDEN.

EERSTE DEEL.

TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS, 1908.

OCT 26 1915 VOORBERICHT VAN DEN EERSTEN DRUK.

Het handhoek, waarvan thans het eerste Deel verschijnt, is door mij samengesteld uitsluitend met het oog op mijne voorlezingen over Instituten en Historia juris. Ik stel mij voor, door het gebruik van dit handboek tijd te winnen voor de bespreking der belangrijkste kwestiën, die hier enkel worden aangeroerd, en voor de uitlegging en behandeling der bronnen. Volgens sommigen heb ik zeker te weinig gegeven, volgens anderen wellicht te veel. Wie gelijk heeft staat niet aan mij te beslissen. Ieder doet het op zijn manier. De toekomst moet leeren of ik mijn doel bereikt heb ....

Grontngen, Juni 1877. W. M.

VOORBERICHT VAN DEN TWEEDEN DRUK.

Hetzelfde doel, dat de Schrijver zich voorstelde, die met bovenstaande woorden als inleiding zijn Handboek in het licht zond, stond ook mij voor den geest, toen ik overging tot het bewerken eener herziene uitgaaf. De bestemming van het boek is in de eerste plaats, leiddraad te zijn bij mijne colleges, al hoop ik, dat het ook in zijn nieuwen vorm, evenals tot dusver in den ouden, buiten den kring mijner toehoorders zal worden geraadpleegd.

De aanleg van het oorspronkelijke werk is behouden; met name ook de toevoeging van een aantal fragmenten uit de bronnen, die niet slechts bewijsplaatsen zijn voor het in den tekst gezegde, maar bovenal dienen om den tekst aan te vullen. De ondervinding van een tiental jaren heeft mij het groote nut daarvan doen kennen. Op het college kunnen die citaten worden gelezen, verklaard en besproken, veel gemakkelijker dan wanneer telkens het Corpus Juris moet worden opgeslagen. En bij eigen lectuur wordt de lezer voortdurend herinnerd aan de wenschelijkheid, de Romeinen zelf te hooren spreken. Uittreksels uit de Instituten zijn zelden opgenomen en dan nog alleen uit titels, u.elke niet opzettelijk gewijd zijn aan het behandelde onderwerp. Bij den student, die zich met het Romeinsche recht bezighoudt, mag zelfs de gedachte niet opkomen dat hij, wat de Instituten betreft, met eene bloemlezing zou hunnen volstaan. Wie daarentegen de Instituten grondig kent, in Gajus geen vreemdeling is, en door de hier afgedrukte plaatsen vertrouwd is geworden met de overige rechtsboeken, heeft voor den eersten aanloop voldoende kennis der bronnen verworven. Opgemerkt worde nog, dat voor de citaten uit de wetgeving van Justlnlanus de uitgave van MommsenKbüger, ten aanzien der vóór-Justiniaansche bronnen de Colleetio librorum juris antejustiniani is gevolgd.

Ook de rangschikking der stof is behouden, al zoude ik op sommige punten wellicht eene andere hébben verkozen. Doch het was van belang, zoo min mogelijk storing te brengen in de verwijzingen, voorkomende in het derde deel, dat vooreerst wel niet zal worden herdrukt. Om dezelfde reden is, ondanks het wegvallen van § 11, de nummering der overige paragrafen gehandhaafd. Alleen waar dit onvermijdelijk scheen, is de volgorde ietwat veranderd.

Thans worde kortelijk rekenschap gegeven van de aangebrachte wijzigingen.

Vooreerst is op meer dan eene plaats gebruik gemaakt van de resultaten der nieuwere wetenschap. Uitkomsten, die nog niet geacht kunnen worden vast te staan, zijn niet dadelijk opgenomen. Wel gaven zij soms aanleiding, als twijfelachtig aan te duiden, wat vroeger als zeker kon worden voorgesteld.

Geschrapt is hetgeen niet behoort tot het zuivere Romeinsche Recht; zoo vervielen de opmerkingen over het heutige Römische Recht, welke de eerste druk, op het voetspoor der Duitsche werken, hier en daar invlocht.

Weggelaten is verder, wat voor den eerstbeginnende niet onmisbaar is of wat beter mondeling wordt behandeld. Voor bespreking moet iets overblijven. Doch in den regel zal bf de tekst of het daarbj uit de bronnen afgedrukte voldoende aan het besprokene herinneren. Het Handboek is mij niet het minst daarom lief, omdat het de „dictaten" tot een minimum beperkt. Over hetgeen noodig is te achten, kan men verschillend denken. In het algemeen meende ik een weinig te mogen bekorten. Daarbij is echter, naar ik vertrouw, slechts enkele malen iets verloren gegaan, dat de meergevorderde, die het boek gebruikt, gaarne er in zoude vinden.

Geheel vervallen zijn de noten, die in een werk als dit minder thuis behooren. De zakelijke inhoud is in den tekst overgegaan. Literatuur aan te halen acht ik overbodig; ruimschoots voorzien daarin de werken, in § 5 genoemd wat het dogmatische gedeelte aangaat, bovenal de in dit opzicht onovertroffen Wtndschetd. Sedert § 5 werd afgedrukt, verscheen van Salkowskt's Lehrbuch een zesde druk, van Dernburg's Pandekten een derde uitgave. De welwillende lezer gelieve dit op blz. 13 aan te teekenen.

. Eindelijk heb ik mij er op toegelegd, Latijnsche of zoogenaamd Latijnsche uitdrukkingen, zooveel mogelijk, te verdietschen. Zullen wij ooit eene werkelijk Nederlandsche rechtstaal verkrijgen, dan moeten de leerboeken voorgaan, opdat de rechtsbeoefenaar zich, van den aanvang af, er aan getvenne, Nederlandsch te spreken.

Of de denkbeelden, waarvan ik ben uitgegaan, juist zijn, en of door toepassing daarvan het Handboek in bruikbaarheid heeft gewonnen, mogen anderen beoordcelen. Voor opmerkingen dienaangaande zal ik zeer dankbaar zijn.

Mijn voornemen is, de herziene uitgave van het tweede Deel (Familierecht en Zakenrecht) te laten volgen, zoodra ik over den noodigen vrijen tijd kan beschikken. Daarna hoop ik, door bewerking van het Erfrecht, het boek te voltooien.

Letden, 1 Juli 1892. H. L. D.

VOORBERICHT VAN DEN DERDEN DRUK.

Deze derde druk van het Eerste Deel van Modderman's Handboek wijkt niet belangrijk af van den door Mr. H. L. Drucker bezorgden tweeden druk. Hier en daar bracht ik eene wijziging aan, elders voegde ik iets bij, zooals mij dat in verband met de na 1892 verschenen literatuur over het Romeinsche recht wcnschelijk voorkwam. Een nieuwe § 11 werd door mij ingevoegd, wijl ik de vermelding der daarin behandelde onderscheiding zeer gewenscht achtte. De opgenomen plaatsen uit de bronnen vermeerderde ik met eenige, vooral met heioog op de historische ontwikkeling der rechtsinstellingen.

Tijdens het afdrukken verscheen een vierde druk van Tomus I

« PreviousContinue »